In Brussel heeft bijna één persoon op vier geen vaste werkplek

Hoewel het Brussels Gewest meer dan 12 miljoen m² kantooroppervlakte[1] telt, wordt er niet altijd op een vaste werkplek gewerkt. Bijna één op vier werkende Brusselaars (23 %) werkt op een variabele werkplek. Het gaat om verschillende beroepen en sectoren: thuiszorg, leveringen, onderhoud en technische interventies, bouw- en renovatiewerkzaamheden, schoonmaak, onderwijs, ... Deze personen wisselen iedere week, iedere dag, of verschillende keren per dag van werkplek. Toch blijft dit weinig zichtbaar in de statistieken over woon-werkverplaatsingen. De Focus van het BISA nr. 81 "Hoe gaan Brusselaars met een variabele werkplek naar hun werk?" analyseert deze verplaatsingen en belicht de belangrijkste trends..
Variabele werkplekken komen meer voor bij lager gekwalificeerde banen
Uit de Focus van het BISA blijkt dat een variabele werkplek sterk samenhangt met de sociaal-economische positie: personen met een lager inkomen of diploma werken vaker op een variabele werkplek. Banen met een hoger opleidingsniveau en hogere inkomens hangen dan weer vaker samen met vaste werkplekken, waarbij telewerk dikwijls mogelijk is.
De bouwsector, horeca, handel, gezondheidszorg en onderwijs zijn sectoren waarin het vaakst een variabele werkplek voorkomt. Het gaat dan voornamelijk om arbeiders, werknemers die geen kantoorjob hebben en, in mindere mate, zelfstandigen.
Geslacht blijkt dan weer geen bepalende factor voor de kans op een variabele werkplek.
Sterkere afhankelijkheid van de auto
Personen met een variabele werkplek moeten vaak langere afstanden afleggen. Ze moeten soms naar gebieden waar het openbaar vervoer minder sterk aanwezig is. Gevolg: ze zijn sterker afhankelijk van een auto voor hun werk. Meer dan een derde (35 %) gebruikt voornamelijk de auto om naar het werk te gaan, tegenover 27 % als het gaat om personen die op een vaste werkplek werken (buitenshuis).
Omgekeerd komen te voet gaan (6 %) en fietsen (9 %) minder vaak voor bij personen met een variabele werkplek. Het openbaar vervoer wordt globaal gezien even vaak gebruikt door personen met een variabele als met een vaste werkplek.
Tot slot valt op dat vrouwen hun variabele werkplek vaker bereiken met het openbaar vervoer (bus, tram, metro), terwijl mannen vaker de auto of de fiets nemen.
Verplaatsingswijze om naar het werk te gaan
volgens het type werkplek
De Focus van het BISA nr. 81 belicht minder bekende mobiliteitspatronen: een kwart van de werkende Brusselaars verplaatst zich niet naar een vaste werkplek.
Personen met een variabele werkplek hebben andere verplaatsingsgewoonten. Het is dan ook belangrijk dat het beleid hiermee rekening houdt bij uitdagingen zoals toegang tot werk, verkeerscongestie, een vlot verloop van economische activiteiten, milieuhinder, enzovoort.
[1] Bron: Overzicht van het kantorenpark – Stand van zaken 2021 en 2022, Perspective, 2024. Zie: https://perspective.brussels/sites/default/files/documents/bbp_obsbur_40.pdf
Hoe gaan Brusselaars met een variabele werkplek naar hun werk?
Het woon-werkverkeer van personen met een variabele werkplek is weinig gedocumenteerd.
Op basis van het meest recente Brusselse Onderzoek Verplaatsingsgedrag (OVG 7 – 2023-2024) brengt deze Focus van het BISA het aandeel in kaart van de Brusselse werkende bevolking met een variabele werkplek, en schetst hun profiel.
Daarna volgt een analyse van de specifieke kenmerken van de woon-werkverplaatsingen van deze Brusselaars met een variabele werkplek.
Pressrelease

