U bent hier: Home / Woordenlijst

Woordenlijst

Woordenlijst

A - D

 

Activiteitsgraad
Meet het aandeel van de bevolking op beroepsleeftijd (tussen 18 en 64 jaar) dat aan het werk is of werk zoekt. 
In deze studie wordt de graad gedefinieerd door de verhouding (werknemers + werklozen) / (bevolking 18-64 jaar).

Administratieve werkloosheidsgraad
De werkloosheidsgraad is de verhouding tussen de werkzoekende beroepsbevolking en de totale beroepsbevolking. Deze graad geeft de mate van onevenwicht weer tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Hij kan worden berekend via de Enquêtes naar de Arbeidskrachten, gecoördineerd door Eurostat, en komt dan overeen met de geharmoniseerde werkloosheidsgraad zoals gedefinieerd door het Internationaal Arbeidsbureau. Hij kan eveneens worden berekend op basis van administratieve gegevens, of op basis van de inschrijving als “niet-werkende werkzoekende” (NWWZ) bij een dienst voor arbeidsbemiddeling (VDAB, FOREM, ADG of ACTIRIS in België). Men spreekt dan van de “administratieve werkloosheidsgraad”.

ARMA-model
Een ARMA-model (Autoregressive moving average) is een econometrisch model dat wordt gebruikt voor de beschrijving en de voorspelling van chronologische reeksen. Men maakt een model van een courante waarneming zoals een gewogen gemiddelde van een aantal gedane waarnemingen plus een gewogen gemiddelde van een aantal statistische fouten die op de betrokken data zijn gemaakt.

Arme sikkel
Gebied waar sinds meerdere decennia de op economisch vlak minder begunstigde bevolkingsgroepen zijn geconcentreerd. Het omvat de wijken in de eerste kroon noord en west die tot de armste van het Brussels Gewest behoren en een sikkel vormen rond het stadscentrum. De wijken van dit gebied zijn: 

  • binnen de Vijfhoek, het westen van de Noord-Zuidverbinding en de Marollen;
  • het oosten van Anderlecht en van Sint-Jans-Molenbeek (tussen de spoorlijn en het kanaal);
  • in het noorden de gemeente Sint-Joost, het westen van Schaarbeek en de industriezones langs het kanaal;
  • in het zuiden, de lage gedeelten van Sint-Gillis en Vorst. 
     

Armoederisicograad
De armoederisicograad wordt gedefinieerd als het percentage personen die in een gezin wonen met een inkomen dat minder dan 60 % bedraagt van het equivalent mediaan nationaal huishoudinkomen. 
Het “mediaan” huishoudinkomen is het bedrag dat de inkomensverdeling in twee gelijke delen opsplitst: de helft van de personen met een inkomen boven de mediaan en de andere helft van de personen met een inkomen dat eronder ligt. Het begrip “equivalent” huishoudinkomen verwijst naar het feit dat het huishoudinkomen wordt gecorrigeerd naargelang de omvang en de samenstelling van het gezin om het inkomen en de levensstandaard dat het vertegenwoordigt vergelijkbaar te maken tussen de diverse gezinssamenstellingen. Het wordt als volgt berekend: er wordt een gewicht van ‘1’ toegekend voor de eerste volwassene, van ‘0,5’ voor de andere volwassenen (van 14 jaar en ouder) en van ‘0,3’ voor de personen jonger dan 14 jaar. Dit betekent dat het huishoudinkomen van een echtpaar met twee kinderen (van jonger dan 14 jaar) wordt gedeeld door ‘2,1’ (1+0,5+0,3+0,3) om te worden vergeleken met het inkomen van een alleenstaande.

Conjunctuurenquête van de NBB
De NBB houdt maandelijks bij een panel bedrijfsleiders een kwalitatieve conjunctuurenquête naar hun beoordeling van de huidige en toekomstige economische toestand. 
Deze enquête omvat heel uiteenlopende vragen, zoals hun beoordeling van hun voorraden en orderboeken, de evolutie hiervan en hun vooruitzichten op het vlak van tewerkstelling en de evolutie van de vraag. 
De berekening van elk van deze reeksen is in hoofdzaak gebaseerd op de som van de saldi van de antwoorden (verschil tussen het percentage deelnemers dat een verhoging heeft opgegeven en het percentage dat een daling heeft opgegeven). 
Sinds 1 januari 2007 werd de omvang van het staal voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vergroot om de toestand in de hoofdstad beter te kunnen weerspiegelen.

Diploma hoger onderwijs
Omvat alle diploma’s van universitair niveau (korte en lange type) en alle diploma’s van niet-universitair hoger onderwijs (korte en lange type).

Driemaandelijkse verschuiving
Een evolutie op kwartaalbasis vergelijkt de waarde van een grootheid met een tussenpoos van een kwartaal. Zo wordt de driemaandelijkse verschuiving van een variabele X tijdens een kwartaal T berekend met de volgende formule:

Evolutiecijfer= (XT-XT-1)/XT-1 

Terug naar boven


E - L

 

Eerste kroon
Verwijst naar de wijken tussen de lanen van kleine ring en de middenring, gevormd door de Churchilllaan (in het zuiden), de militaire lanen (in het oosten: Generaal Jacques, Generaal Meiser, Brand Whitlock, August Reyers, Generaal Wahis) en de spoorlijnen (in het westen). Vanuit gemeentelijk oogpunt associeert men die gewoonlijk met Anderlecht, Etterbeek, Elsene, Koekelberg, Sint-Jans-Molenbeek, Schaarbeek, Sint-Gillis en Sint-Joost-ten-Node. Wegens haar ruimtelijke omvang wordt Brussel-Stad afzonderlijk beschouwd.

Emigratie
Verwijst naar het verlaten van een gebied door mensen die afkomstig zijn uit dat gebied naar een ander gebied om er te wonen en te werken.

Evolutie in volume/evolutie in waarde
“Om de reële evolutie van de economische activiteit (productie, consumptie, …) vast te stellen, is het noodzakelijk rekening te houden met de gevolgen van de inflatie. 
Bijgevolg maakt men een onderscheid tussen de evoluties tegen gangbare prijzen (zonder correctie voor de gevolgen van de inflatie) en de evoluties tegen constante prijzen (met correctie voor de gevolgen van de inflatie). In het eerste geval betreft het een evolutie in waarde en in het tweede een evolutie in volume” (Bron: INSEE).

Gelijklopende indicator van de economische activiteit
De gelijklopende indicator van de economische activiteit, die gebaseerd is op maandelijkse gegevens, geeft de huidige evolutie van de activiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest weer. 
De conjunctuurcyclus van het gewestelijke Bruto Binnenlands Product (BBP) is slechts jaarlijks en met twee jaar vertraging beschikbaar. Dankzij de samengestelde indicator, die beschikbaar is voor een recentere periode, kan deze conjunctuurcyclus verlengd worden tot februari 2010.
Om deze indicator te berekenen, gebruiken we de conjunctuurcomponenten van de sectoren waarvan de cyclische evolutie het dichtst aansluit bij die van het gewestelijke BBP. De productie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is sterk gespecialiseerd in dienstverlening, en deze “gelijklopende” indicator werd zodanig samengesteld dat hij deze tertiaire structuur van het Gewest weerspiegelt. 
De indicator combineert meer specifiek de conjuncturele evoluties van de omzet die afkomstig is van vijf tertiaire activiteiten (namelijk sinds de editie van de barometer van juli 2009: “groothandel”, “post en telecommunicatie”, “informatica-activiteiten”, “vervoerondersteunende diensten” en “vastgoedactiviteiten”), evenals de conjuncturele evolutie van de uitstaande kredieten die door de in België gevestigde banken werden toegekend aan de Belgische niet-financiële vennootschappen. De zo verkregen samengestelde indicator stemt overeen met de conjunctuurcyclus van het gewestelijke BBP. Hij kan dan ook als referentiereeks dienen voor de volgende stap die tot doel heeft een vooruitlopende indicator van de economische activiteit op te stellen.

Genderkloof
Dit begrip geeft het verschil weer tussen vrouwen en mannen op alle domeinen uitgedrukt in mate van participatie, toegang, rechten, bezoldiging of voordelen. Het komt meestal overeen met een verschil tussen de weergegeven waarde voor mannen en deze die wordt weergegeven voor vrouwen (bijvoorbeeld het verschil tussen de werkgelegenheidsgraad van mannen en die van vrouwen).

Gentrificatie
Proces dat verwijst naar het vervangen van in verval geraakte historische wijken met een kansarme bevolking door een meer welgestelde bevolking, vaak jonge volwassenen zonder kinderen met een hoger cultureel en/of economisch statuut (bijvoorbeeld: de Docks in Londen, de Antoine Dansaertstraat in Brussel).

Gesloten verkaveling
Betreft aaneengesloten huizen (met twee gevels).

Halfopen verkaveling
Combinatie van aaneengesloten huizen en driegevelwoningen.

Horizontale en verticale segregatie
De beroepssegregatie betreft de taakverdeling tussen diegenen die ze moeten uitvoeren en houdt in dat deze taken op een verschillende manier tussen mannen en vrouwen wordt verdeeld. Horizontale segregatie verwijst naar het feit dat op vrouwen afgestemde taken geconcentreerd zijn in bepaalde activiteitensectoren of in specifieke beroepen. Verticale segregatie slaat op het feit dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in de hogere verantwoordelijkheidsniveaus, zodat vrouwen vooral toegang hebben tot en vast blijven zitten in ondergeschikte banen.

Immigratie
Verwijst naar de intrede in een gebied van mensen uit een ander gebied die er komen wonen.

Interpolatie
Op basis van een functie waarvan de waarden op een aantal punten gekend zijn, maakt de interpolatie het mogelijk de waarde te benaderen die door deze functie wordt genomen op een ander willekeurig punt dat begrepen is tussen twee gekende punten.

Intra- of extrafamiliale transfers
Financiële transfers om het inkomen uit werk te verdelen, hetzij via de sociale zekerheid (werkloosheid, pensioen, invaliditeit…), hetzij binnen families (van werknemers naar andere leden van het gezin of van de familie in ruimere zin).

Jaarlijkse verschuiving
Een evolutie op jaarbasis vergelijkt de waarde van een grootheid op twee data die één jaar van elkaar gescheiden zijn. 
Zo wordt op basis van driemaandelijkse gegevens de jaarlijkse verschuiving van een variabele X tijdens een kwartaal T berekend met de volgende formule:

Evolutiecijfer= (XT-XT-1)/XT-1

Kettingeuro’s
“Middel om bij de berekening van diverse economische aggregaten (zoals bijvoorbeeld het BBP, de investeringen, de consumptie door gezinnen...) de volumegroei te bepalen en het effect van prijsveranderingen te elimineren.)” (Bron: Glossarium NBB).

Kroon
In de weergave van een stad volgens een concentrisch schema, beschrijft men met kroon de wijken met een zekere maatschappelijke, stedenbouwkundige homogeniteit, die een ring vormen binnen de stad.

Kwadrant
Een kwadrant duidt in het algemeen het resultaat aan van de verdeling van een oppervlakte in vier delen. Zo bestaat het zuidoostelijke kwadrant van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uit de wijken in de oostelijke helft van de zuidelijke helft van het Gewest.

Terug naar boven


M - R

 

Migratiebalans
Verschil tussen de instroom en de uitstroom van bewoners in een bepaald grondgebied.

Modale leeftijd
De leeftijd die het meest vertegenwoordigd is binnen een bevolking. De modus is de meest frequente waarde in een statistische verdeling.

Modale waarde
In een statistische reeks is dit de waarde die een variabele het vaakst aanneemt. Voorbeeld: als er in een flatgebouw vijf flats zijn met twee kamers, een flat met drie kamers en drie flats met één kamer, dan is de modale waarde van de variabele “aantal kamers” gelijk aan twee.

Nationaliteit:
Het feit dat een fysieke of morele persoon, of zelfs een ding, onderworpen is aan het civiele recht van een staat.

Natuurlijke bevolkingsgroei
Verschil tussen het aantal geboortes en het aantal sterfgevallen binnen een grondgebied of binnen een bevolking.

Niet-werkende werkzoekende (NWWZ)
Personen zonder bezoldigde baan die als werkzoekenden zijn ingeschreven bij een openbare tewerkstellingsdienst (definitie Actiris). 

Ondertewerkstelling
Het begrip ondertewerkstelling kan verschillende betekenissen hebben. In dit dossier houdt het begrip ondertewerkstelling verband met de verschillende vormen van uitsluiting van tewerkstelling. Een randgroep van de bevolking heeft immers geen baan en is ook niet werkloos, maar bevindt zich in zogenaamde inactieve categorieën. Het gaat hierbij om situaties waarin de personen zich niet in de officiële werkloosheidscategorieën bevinden, zoals bijvoorbeeld: werknemers met thematisch verlof (ouderschapsverlof, verlof voor palliatieve zorgen of om een zwaar ziek lid van de familie of het gezin bij te staan) of in tijdskrediet, werklozen die worden vrijgesteld omdat zij weer gaan studeren of om sociale of familiale redenen…
Het begrip ondertewerkstelling kan ook slaan op personen die een aantal uren werken dat lager ligt dan de normale werkduur en die een extra baan zoeken. Deze opvatting van ondertewerkstelling die verband houdt met de arbeidsduur wordt gebruikt door het Internationaal Arbeidsbureau. In dit dossier kwam deze visie aan bod in het gedeelte over deeltijds werk via het begrip onvrijwillig deeltijds werk.

Opdeling van een gebouw
Verbouwing waarbij een gebouw dat oorspronkelijk ontworpen was als een eengezinswoning wordt opgedeeld in meerdere appartementen, gemeubileerde kamers of studentenkamers.

Open verkaveling
Geheel bestaande uit vrijstaande huizen (met vier gevels), die van elkaar gescheiden zijn door niet-bebouwde zijruimten.

Oprichtingspercentage van ondernemingen
Het oprichtingspercentage van ondernemingen is de verhouding tussen enerzijds het aantal nieuwe btw-plichtigen en de opnieuw btw-plichtige ondernemingen en anderzijds het gemiddelde aantal actieve ondernemingen die tijdens de beschouwde periode btw-plichtig zijn.

Procentpunt
Het procentpunt is de eenheid van het absolute verschil tussen twee in procenten uitgedrukte cijfers. Tussen een werkloosheidspercentage van 12,3 % het ene jaar en van 15,6 % het andere jaar is het verschil zodoende 3,4 procentpunten.

Randverstedelijking
Fenomeen waarbij de steden uitbreiden en het stedelijk landschap verwatert, te wijten aan de concentratie van de tewerkstelling in de stadskernen en de nood aan ruimte van de bewoners die geleidelijk buiten de stad zijn gaan wonen, waardoor de grenzen van de stad zijn opgeschoven.

Refi-rente of herfinancieringsrente
De herfinancieringsrente die door een centrale bank wordt bepaald, is de rentevoet waartegen de financiële instellingen bij de centrale bank geld kunnen lenen. 

Ruimtelijke structuur van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Heel schematisch gesproken is de Brusselse ruimte, zoals geldt voor veel grote steden, het product van de overlapping van twee fundamentele structuren:

  • een concentrische structuur, verbonden aan de historische ontwikkeling van de stedelijke ruimte volgens een cirkel met een toenemende diameter en
  • een zogenaamde structuur in kwadranten die verbonden is aan de reproductie, doorheen de gehele toename van de agglomeratie en onder de druk van de differentiële grondrente, van een sociaal-economische kloof tussen enerzijds de bodem van de vallei en de lichte westelijke helling, die van oorsprong vochtiger, minder goed bewoonbaar en meer volks is, en waar de industriële ontwikkelingen van de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw geconcentreerd waren, en anderzijds een welgesteld zuidoostelijk kwadrant waarnaar de burgerlijke wijken zich eerder en meer hebben uitgebreid, op de vlucht voor de centrale arbeiderswijken, en dat zich steeds verder ontwikkeld heeft vanuit de meer aristocratische stad op de rechterhelling, die steiler, beter bewoonbaar en topografisch dominant is.ruimtestructuur


De combinaties van deze twee structuren leidden binnen het Gewest tot de onderverdeling in vijf grote subgebieden, die in deze studie worden gebruikt als basisstramien: de westelijke zone (roze), de westelijke centrale zone (rood), de oostelijke centrale zone (blauw), de tussenliggende oostelijke zone (groen) en de externe oostelijke zone (geel).

Terug naar boven


S - Z

 

Sedentarisatie
Tendens waarbij een bevolking permanent op dezelfde plaats blijft wonen.

Shift-share
Een shift-share-analyse bestaat erin een globaal groeiverschil (in ons geval tussen het Gewest en het Rijk) te ontbinden in twee termen:

  • een eerste zogenaamde structurele term veronderstelt dat de groeipercentages per tak diegene zijn die op nationaal vlak worden waargenomen, waarbij het verschil voor het Gewest daarbij slechts voortvloeit uit het verschil van de wegingen van de verschillende takken in de economische activiteit;
  • een tweede zogenaamde doelmatigheidsterm veronderstelt dat de wegingen van elke tak gelijk zijn aan die welke op gewestelijk vlak worden waargenomen, waarbij het verschil voortvloeit uit het groeiverschil dat voor elk van de takken is waargenomen.

De eerste term meet het aandeel van het groeiverschil dat toe te schrijven is aan het feit dat de activiteitsstructuur verschillend is, de tweede term meet het aandeel van het groeiverschil dat toe schrijven is aan de prestatieverschillen in de takken met een constante structuur. 

Standaardafwijking
Meet de verspreiding van een reeks waarden rond hun gemiddelde.

Stopzettingspercentage van ondernemingen
Het stopzettingspercentage van ondernemingen is de verhouding tussen enerzijds het aantal stopzettingen van btw-plichtige ondernemingen en anderzijds het gemiddelde aantal actieve ondernemingen die tijdens de beschouwde periode btw-plichtig zijn.

Tewerkstellingsgraad
De tewerkstellingsgraad wordt gedefinieerd als verhouding tussen de werkende beroepsbevolking en de bevolking op beroepsactieve leeftijd (doorgaans gedefinieerd als het aantal personen tussen 15 en 64 jaar). 

Tweede kroon
Het begrip “tweede kroon” stemt overeen met de volgende gebiedsdelen: Anderlecht en Molenbeek voorbij het station West, Oudergem, Sint-Agatha-Berchem, Laken Noord, Neder-Over-Heembeek en Haren, Evere, Ganshoren, Elsene voorbij de Generaal Jacqueslaan, Jette-Noord, Schaarbeek voorbij de Lambermontlaan, Ukkel, Watermaal-Bosvoorde, Sint-Lambrechts-Woluwe en Sint-Pieters-Woluwe.

Uitstaande kredieten
Totaal bedrag van de kredieten die tot nu toe door de Belgische bankinstellingen zijn verstrekt aan de niet-financiële ondernemingen en waarvan de termijn nog niet is vervallen.

Variatiecoëfficiënt
Een maat voor de relatieve verspreiding die wordt berekend als de verhouding tussen de standaardafwijking en het gemiddelde.

Vijfhoek
Zone van Brussel die binnen de lanen van de kleine ring ligt. Het is de stad die oorspronkelijk werd beschermd door de stadswallen. De naam van deze zone is afkomstig van de vorm die het tracé van de oude stadswallen volgt.

Vooruitlopende indicator van de economische activiteit
De vooruitlopende indicator van de economische activiteit gaat in principe enkele maanden aan de gelijklopende indicator vooraf. In het verleden bedroeg deze voorsprong anderhalf jaar. Maar sinds de jongste economische crisis en de recentste herziening van het gewestelijk BBP is de voorbodefunctie ervan sterk verminderd.
De voorspelling van de economische ontwikkelingen van het Gewest blijft in een periode van recessie dus een uitdaging. Deze vooruitlopende indicator wordt momenteel samengesteld op basis van de conjunctuurcyclus van twee reeksen die normaal vooruitlopen op de referentiereeks.
Het gaat in de eerste plaats om de prognose van de ondernemers uit de sector van de zakelijke dienstverlening inzake hun activiteiten, volgens de enquête van de Nationale Bank van België (NBB). Ten tweede wordt rekening gehouden met de index van de inkomende nieuwe orders in de industrie volgens de FOD Economie. Er werd voor deze reeksen gekozen, omdat ze economisch relevant zijn, maandelijks en bijgevolg snel beschikbaar zijn en een uitgesproken vooruitlopend karakter hebben voor de evolutie van het BBP. Bovendien heeft men een dummyvariabele toegevoegd die staat voor de periode van de economische crisis. De waarde ervan is 1 voor de periode vanaf september 2008 en 0 voor de periode ervoor.
Opgemerkt dient te worden dat zoals bij elke vooruitlopende indicator het de (opwaartse of neerwaartse) tendens is die van belang is voor de lezer, veeleer dan een exact cijfer op een bepaald tijdstip.

Vooruitlopende indicator van de arbeidsmarkt
De vooruitlopende indicator van de arbeidsmarkt voorspelt de schommelingen op korte termijn van het onevenwicht tussen vraag en aanbod op de Brusselse arbeidsmarkt, dat geschat wordt met de conjunctuurcomponent van het aantal werkzoekenden in Brussel.
Hij wordt geraamd op basis van:

  • de synthetische curve van de economische activiteit in Brussel, berekend door de Nationale Bank van België (NBB);
  • de arbeidsvooruitzichten van de werkgevers in de bouwsector – werken van burgerlijke bouwkunde en wegenwerken in België;
  • het verschil tussen het aantal ontvangen werkaanbiedingen en het aantal ingevulde vacatures op de Brusselse arbeidsmarkt, dat de aanpassings- of spanningsgraad op de arbeidsmarkt aangeeft;
  • een dummyvariabele die de beleidsaanpassingen inzake werkloosheid tussen midden 2006 en midden 2007 weergeeft.


Het optimale voorspellende karakter is 13 maanden.

Vreemdeling
Verwijst naar de bevolking die met een andere nationaliteit is geboren dan de Belgische, of waarvan de ouders afkomstig zijn uit de immigratie.

Wijkmonitoring
De Wijkmonitoring is een dynamisch en interactief instrument dat het mogelijk maakt de sociaal-economische situatie van de 145 wijken van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te volgen in de tijd en in de ruimte.
Dit instrument, dat wordt beheerd door het BISA, heeft tot doel het publiek toegang te geven tot een reeks indicatoren die de territoriale dynamiek en ongelijkheden binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kenmerken door middel van kaarten, tabellen en grafieken.
Het illustreert de toestand van de wijken van het Gewest volgens verschillende thema’s: demografie, huisvesting, arbeidsmarkt, inkomen, mobiliteit, gezondheid, enz. 

“Win-Win”-banenplan
Het “Win-Win”-banenplan dat op 1 januari 2010 in werking trad, kent de werkgevers een tewerkstellingssubsidie toe die gedurende maximaal 12 maanden kan gaan tot 1 100 euro per maand, alsook een vermindering van de werkgeversbijdragen.
Het “Win-Win”-plan loopt tot eind 2011, maar sinds januari 2011 zijn de voornoemde voordelen verlaagd (duur en bedrag van de tegemoetkoming).

Werkende beroepsbevolking
“De werkende beroepsbevolking, zoals gedefinieerd door het Internationaal Arbeidsbureau (IAB), omvat de personen (vanaf 15 jaar en ouder) die (al was het maar 1 uur) gedurende een bepaalde week (referentieweek genoemd) hebben gewerkt, ongeacht of zij werknemers zijn die voor eigen rekening werken, werkgevers, dan wel helpers in de onderneming of het gezinsbedrijf zijn. Zij omvat ook de personen die een betrekking bekleden, maar die tijdelijk afwezig zijn wegens een reden zoals ziekte (minder dan een jaar), betaalde vakantie, een zwangerschapsverlof, een arbeidsconflict, een opleiding, slechte weersomstandigheden,... De dienstplichtigen, de leerjongens en de bezoldigde stagiairs maken deel uit van de werkende beroepsbevolking. » (Definitie INSEE)
De werkende beroepsbevolking van een gewest omvat alle werknemers die in dat gewest wonen. Niet te verwarren met de binnenlandse werkgelegenheid, die alle personen omvat die op het grondgebied werken, ongeacht of zij er al dan niet wonen. 

Werkende actieve bevolking
De bevolking op de arbeidsmarkt aan die een baan heeft.

Werkloosheid
Inactiviteit van een persoon die zich effectief op de arbeidsmarkt aanbiedt (op arbeidsleeftijd en die betaald werk zoekt).

Werkloosheidsgraad
Meet het aandeel werklozen in de beroepsbevolking.
In deze studie wordt de graad gedefinieerd door de verhouding (werklozen) / (werknemers + werklozen).

Terug naar boven