U bent hier: Home / Publicaties / Titels / In de kijker / November 2019 – Kinderopvang voor jonge kinderen: sterke verschillen tussen de Brusselse gemeenten

November 2019 – Kinderopvang voor jonge kinderen: sterke verschillen tussen de Brusselse gemeenten

Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA) - In de kijker - Aantal kinderopvangplaatsen ten opzichte van het aantal kinderen jonger dan drie jaar

Het aantal plaatsen in de kinderopvangvoorzieningen voor kinderen jonger dan drie jaar verschilt sterk tussen de Brusselse gemeenten. In de meeste gemeenten is er voor minstens één kind op drie een opvangplaats, zoals voorop gesteld door de Europese Barcelonanorm. In zeven gemeenten is dat niet het geval.
 

De dekkingsgraad als indicator voor het kinderopvangaanbod

Kinderopvang voor jonge kinderen heeft een economische, pedagogische en sociale functie. Het is daarom belangrijk dat het aanbod aan voorzieningen tegemoet komt aan de noden van de bevolking. De dekkingsgraad brengt dit in kaart. Het is een indicator die wordt berekend door het aantal plaatsen in kinderopvangvoorzieningen te delen door het aantal kinderen jonger dan drie jaar. De waarde ervan kan kleiner zijn dan 1, gelijk zijn aan 1 of groter zijn dan 1:

  • Een waarde kleiner dan 1 betekent dat er minder plaatsen zijn dan kinderen jonger dan drie jaar. Een dekkingsgraad van 0,50 bijvoorbeeld betekent dat er voor de helft van de kinderen een plaats is;
  • Een waarde gelijk aan 1 betekent dat er voor ieder kind jonger dan drie jaar een plaats is;
  • Een waarde groter dan 1 betekent dat er meer plaatsen zijn dan kinderen jonger dan drie jaar.

 

Aantal kinderopvangplaatsen ten opzichte van het aantal kinderen jonger dan drie jaar naar gemeente in 2018
 

Bronnen: BISA & Statbel (RR), Kind en Gezin, ONE, berekeningen BISA
 

Het opvangaanbod verschilt sterk tussen de Brusselse gemeenten

Zoals de grafiek toont, bedroeg in 2018 de dekkingsgraad in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 0,38. Er was dus voor bijna vier kinderen jonger dan drie jaar op de tien een plaats in de kinderopvang. Het gewestelijke gemiddelde verbergt echter dat er grote verschillen zijn tussen de Brusselse gemeenten. De dekkingsgraad varieert immers van 0,19 in Koekelberg tot 0,73 in Etterbeek. In Koekelberg heeft minder dan twee kinderen op tien een plaats in de kinderopvang, terwijl er in Etterbeek voor meer dan zeven kinderen op tien een plaats is. In de meeste gemeenten ligt de dekkingsgraad tussen 0,2 en 0,6.

Er zijn vier belangrijke nuances bij deze dekkingsgraad:

  • 1. Ongeveer een zevende van alle opvangplaatsen zijn enkel toegankelijk voor werkzoekenden of ouders die werken voor bepaalde werkgevers zoals voor de Europese instellingen;
  • 2. Voor drie op de tien plaatsen betalen ouders een tarief dat niet afhankelijk is van hun inkomen;
  • 3. Een deel van de opvangplaatsen wordt ingenomen door kinderen die buiten Brussel wonen;
  • 4. Bepaalde plaatsen worden ingenomen door meerdere kinderen (halftijds).

 

In zeven gemeenten is het kinderopvangaanbod niet voldoende

Om te bepalen of de dekkingsgraad tegemoet komt aan de noden van de Brusselse bevolking, kan deze getoetst worden aan de streefdoelen die overheden hebben geformuleerd[1] :

  • De Europese Barcelonanorm streeft naar een plaats in een kinderopvangvoorziening voor 33% van alle kinderen jonger dan drie jaar, dus een dekkingsgraad van 0,33[2] ;
  • De Brusselse regering geeft prioriteit aan wijken met een dekkingsgraad lager dan het gewestelijke gemiddelde[3] ;
  • De Vlaamse regering streeft naar een aanbod voor minstens de helft van de kinderen jonger dan drie jaar, dus een dekkingsgraad van 0,50[4].


In de meerderheid van de Brusselse gemeenten wordt de Barcelonanorm behaald, maar niet in de volgende zeven gemeenten: Koekelberg (0,19), Anderlecht (0,20), Sint-Jans-Molenbeek (0,22), Schaarbeek (0,28), Vorst (0,28), Jette (0,31) en Sint-Agatha-Berchem (0,32). Dezelfde zeven gemeenten scoren lager dan het gewestelijke gemiddelde van 0,38. Slechts zes van de 19 gemeenten in Brussel voldoen aan de norm van de Vlaamse regering, namelijk Brussel (0,50), Elsene (0,51), Sint-Lambrechts-Woluwe (0,54), Oudergem (0,58), Ukkel (0,61) en Etterbeek (0,73).

 

Gegevensbronnen en methodologie

De gegevens over de kinderopvang zijn afkomstig Kind en Gezin (voor de Nederlandstalige organisaties) en ONE (voor de Franstalige organisaties) die beide kinderopvangvoorzieningen erkennen of vergunnen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De gegevens hebben betrekking op de situatie op 31 december 2018 en worden door het BISA samengevoegd en verwerkt.

De gegevens over de officiële bevolking jonger dan drie jaar zijn afkomstig van Statbel en hebben betrekking op de situatie op 1 januari 2019.

De dekkingsgraad wordt berekend door het totale aantal plaatsen in de kinderopvang op 31 december 2018 te delen door het totale aantal 0-2 jarigen op 1 januari 2019. Plaatsen in kleuterscholen die ingenomen kunnen worden door kinderen tussen 2,5 en 3 jaar oud worden niet meegerekend in de opvangplaatsen voor jonge kinderen. De dekkingsgraad onderschat dus enigszins het aantal kinderen jonger dan drie jaar dat kan worden opgevangen.

Meer informatie over de definities en de methodologie op de website.

 

 Meer weten?

De cijfers over de structuren voor kinderopvang kan u vinden onder het thema “Jonge kinderen” op de website van het BISA en de Wijkmonitoring.


[1] De Franse Gemeenschap streeft niet naar een specifieke dekkingsgraad maar heeft wel als doelstelling om binnen het kader van het Plan Cigogne III in 2022 een evenwicht in de dekkingsgraad te bereiken tussen de Waalse provincies en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest [ONE; Franse Gemeenschapsregering, 2013: 54-55]. FRANSE GEMEENSCHAPSREGERING, 2013. Arrêté du Gouvernement de la Communauté Françaises du 14 novembre 2013 portant approbation du contract de gestion de l’Office de la Naissance et de l’Enfance 2013-2018. Beschikbaar op https://www.one.be/fileadmin/user_upload/siteone/PRESENTATION/aspects_juridiques/structure_ONE/Contrat__de_gestion__2013-2018.pdf. (Geraadpleegd op 09-10-2019). OFFICE DE LA NAISSANCE ET DE L’ENFANCE. Plan Cigogne III. Beschikbaar op https://www.one.be/professionnel/milieux-daccueil/plan-cigogne-3/. (Geraadpleegd op 09-10-2019).

[2] EUROPESE COMMISSIE, 2002. Presidency Conclusions, Barcelona European Council 15-16 March 2002. Beschikbaar op https://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/ec/71025.pdf. (Geraadpleegd op 04-10-2019).

[3] BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE REGERING EN HET VERENIGD COLLEGE VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE, 2019. Gemeenschappelijke algemene beleidsverklaring van de Brusselse Hoofdstedelijke regering en het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Regeerperiode 2019-2024. Beschikbaar op http://www.parlement.brussels/wp-content/uploads/2019/07/07-20-Algemene-Beleidsverklaring-brussels-parelement-2019.pdf. (Geraadpleegd op 04-10-2019).

[4] VLAAMSE REGERING, 2018. Decreet van 20 april 2012 (BS 15 juni 2012) houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters, geconsolideerde versie 2018.06.26. Beschikbaar op https://www.kindengezin.be/img/decreet-ko-babys-peuters.pdf. (Geraadpleegd op 04-10-2019).