U bent hier: Home / Publicaties / Titels / In de kijker / Maart 2019 - De motoren van economische groei in 2017

Maart 2019 - De motoren van economische groei in 2017

Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA) - In de kijker - Bijdrage van de bedrijfstakken aan de groei van de toegevoegde waarde in het Brussels Gewest

Volgens de eerste raming door het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) zou de economische activiteit in het Brussels Gewest in 2017 toenemen met 0,9 %. Welke bedrijfstakken dragen bij aan deze groei?

 

Bijdrage aan de groei van de toegevoegde waarde in het Brussels Gewest in 2017 (in volume, in procentpunt)
 

Bron: Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR), berekeningen: BISA
 

De omvang van de economische activiteit in het Brussels Gewest was in 2016 nagenoeg dezelfde als in 2011 (gecorrigeerd voor inflatie). Gemiddeld was de groei dus nul in de periode 2012-2016. Deze periode werd gekenmerkt door meerdere jaren van stagnatie (2012 en 2016) en recessie (2013 en 2014). Volgens de voorlopige cijfers die het INR (zie kader) onlangs publiceerde, zou de economische groei in Brussel in 2017 versnellen tot 0,9 %.
 

Welke takken droegen het meeste bij aan de groei?

In wat volgt worden de groeibijdragen (zie kader) van de belangrijkste bedrijfstakken in 2017 vergeleken met hun gemiddelde bijdragen in de vijf voorgaande jaren (periode 2012-2016).
 

De drie grootste groeibijdragen zijn afkomstig van bedrijfstakken die diensten leveren, en dit (voornamelijk) aan bedrijven

Deze drie ‘motoren van de economische groei’ ondersteunden ook in de periode 2012-2016 de groei van de Brusselse economie al stevig.

  • Volgens de eerste raming heeft de tak van de wetenschappelijke en technische diensten in 2017 een grootschalige bijdrage geleverd aan de groei van de economische bedrijvigheid: 0,52 procentpunt (pp), bij een totale groei van 0,9 %. Met andere woorden: 60 % van de economische groei in het Brussels Gewest in 2017 zou afkomstig zijn van deze tak. De tak ondersteunde de groei al over de periode 2012-2016 (gemiddelde bijdrage: 0,07 pp per jaar) en zou in 2017 nog veel sterker presteren. Binnen deze bedrijfstak groeiden vooral de activiteiten in verband met boekhouden, consultancy en bedrijfsbeheer.
  • In tweede positie: de administratieve en ondersteunende diensten. Deze tak zou in 2017 een grote bijdrage leveren aan de economische groei in het Brussels Gewest: +0,28 pp, of een derde van de totale Brusselse groei. Ook deze bedrijfstak was een sterke motor van economische groei in de periode 2012-2016 (gemiddelde groeibijdrage: +0,15 pp per jaar). De tak bevat onder meer de beveiligingsbedrijven en de poetsbedrijven.
  • Met een groeibijdrage van +0,21 pp zou de bedrijfstak informatie en communicatie de derde grootste motor zijn van de Brusselse economische groei in 2017, goed voor een kwart van deze groei. En dat is geen verrassing, want ook in de periode 2012-2016 ondersteunde deze bedrijfstak de groei aanzienlijk (gemiddelde bijdrage: +0,25 pp per jaar). De groei van deze tak is, zowel in 2017 als in de periode 2012-2016, vooral te danken aan de deeltak Telecommunicatie.
     

Vervolgens zijn er nog een aantal takken die de groei in mindere mate zouden ondersteund hebben in 2017

Het onderwijs ondersteunde de groei van de Brusselse economie in 2017 met een bijdrage van +0,15 pp. Deze tak zou in 2017 iets minder dynamisch geweest zijn dan haar gemiddelde prestatie in de periode 2012-2016 (groeibijdrage: +0,24 pp gemiddeld per jaar).

Ook de tak exploitatie van en handel in onroerend goed leverde de voorbije jaren een belangrijke positieve bijdrage aan de groei (gemiddeld +0,15 pp in de periode 2012-2016). In 2017 zou de bijdrage echter beperkt blijven tot 0,06 pp. Op inhoudelijk vlak is de tak een beetje een buitenbeentje, want de tak bevat ook de zogenaamde woondiensten. Dat is de huur die betaald wordt door de huurders en voor de eigenaars het bedrag dat zij zouden betalen als zij huurders zouden zijn van hun woning.

De tak van de financiële diensten en verzekeringen laat in 2017 een nulbijdrage optekenen. Dat is eigenlijk een verbetering, want de tak leverde de voorgaande jaren gemiddeld een belangrijke negatieve bijdrage aan de groei van de economische activiteit (-0,43 pp). Deze tak heeft een groot aandeel in de toegevoegde waarde van het Brussels Gewest (18 %), waardoor de groei van deze tak al gauw een grote impact heeft op de totale Brusselse toegevoegde waarde.
 

Twee takken trokken de groei van de Brusselse economie in belangrijke mate naar beneden in 2017

De handel zou in 2017 in Brussel de inkrimping van de vijf voorgaande jaren verderzetten (groeibijdrage: -0,30 pp). Het tempo van inkrimping zou in 2017 zeer dicht liggen tegen het gemiddelde van de vijf voorgaande jaren. In de periode 2012-2016 leverde de tak namelijk een gemiddelde bijdrage aan de groei van -0,34 pp.

Ook de energiesector zou in 2017 verder neerwaarts geëvolueerd zijn (groeibijdrage: -0,32 pp). Daarmee zou de tak in 2017 veel sneller inkrimpen dan wat gemiddeld het geval was in de vijf voorgaande jaren (gemiddelde bijdrage: -0,11 pp).

 

Methode

Voor deze analyse werd de toegevoegde waarde in volume gebruikt, gepubliceerd in februari 2019 door het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) in het kader van de Regionale Rekeningen.

  • De toegevoegde waarde is een maatstaf voor de waardecreatie in een bepaalde periode in een bepaald gebied, of meer concreet in het kader van deze analyse: de waarde van alle goederen en diensten die in één jaar in het Brussels Gewest worden geproduceerd min de intermediaire goederen en diensten gebruikt in het productieproces.
  • Ze is uitgedrukt in volume. Dat betekent dat prijsevoluties geen rol spelen in deze reeks. Alle waarden van de reeks zijn in deze analyse immers omgerekend naar de prijzen van het jaar 2016, zodat het niveau van de prijzen constant is.
     

De economische groei van het Brussels gewest kan worden ontleed als de som van de bijdragen van de verschillende bedrijfstakken die samen de totale economie vormen. De groeibijdrage van een bedrijfstak is afhankelijk van zowel het relatieve gewicht van de bedrijfstak in de totale economie als van de dynamiek van zijn eigen groei.

De resultaten die worden gepubliceerd voor het meest recente jaar (in dit geval 2017), zijn gebaseerd op een voorlopige methode, die stoelt op de evolutie van de tewerkstelling in iedere bedrijfstak tussen 2016 en 2017. Wanneer er later meer bronnen beschikbaar zijn voor het jaar 2017, worden de resultaten opnieuw berekend met een definitieve methode. Deze revisies kunnen de resultaten nog sterk wijzigen.

 

 Meer info

Raadpleeg het thema "Economie".