U bent hier: Home / Publicaties / Titels / In de kijker / December 2017 - Een sterke groei van het aantal zelfstandigen in het Brussels Gewest

December 2017 - Een sterke groei van het aantal zelfstandigen in het Brussels Gewest

Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA) - In de kijker - Jaarlijkse groei van het aantal zelfstandigen naar gewest

In Brussel stijgt het aantal zelfstandigen de laatste jaren procentueel opvallend sterker dan in de andere gewesten. In absolute aantallen is deze groei het sterkst bij de diensten aan bedrijven en de bouwsector. De stijging van het aantal bestuurders van vennootschappen en het aantal zelfstandigen in de bouw uit nieuwe lidstaten van de Europese Unie verklaren deze trend.
 

Jaarlijkse groei van het aantal zelfstandigen naar gewest (2010-2015)

Bron: Instituut voor de Nationale Rekeningen


Een sterkere groei in Brussel dan in de twee andere gewesten

De jaarlijkse groei van het aantal zelfstandigen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt de laatste 10 jaar hoger dan in de andere gewesten. Zo steeg in 2015 het aantal zelfstandigen in Brussel met 3,3 % tegenover 1,5 % voor het Vlaams Gewest en 0,9 % voor het Waals Gewest. Wanneer we de periode 2009-2015 in ogenschouw nemen, steeg het aantal zelfstandigen jaarlijks gemiddeld met 2,5 % (hetgeen overeenkomt met 10 966 extra zelfstandigen op 6 jaar tijd op een totaal van 78 217in 2015) tegenover 0,8 % voor het Vlaams Gewest en 1 % voor het Waals Gewest.

Het aandeel zelfstandigen in de totale werkgelegenheid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stijgt hierdoor elk jaar een beetje. Toch blijft dit aandeel veel lager dan in de andere gewesten, wat niet onlogisch is gezien het belang van Brussel als plaats van tewerkstelling voor vele werknemers. Tijdens de periode 2009-2015 steeg het aandeel zelfstandigen in de totale tewerkstelling voor Brussel met 1,3 procentpunt[1](pp) tot 11,3 % in 2015 (tegenover +0,2 pp tot 17,4 % voor het Vlaams Gewest en + 0,5 pp tot 18,1 % voor het Waals Gewest).


Een opvallende groei in de bouwsector en de diensten aan bedrijven

Het aantal zelfstandigen is in de periode 2009-2015 erg divers geëvolueerd voor de verschillende bedrijfstakken. In positieve zin vallen de “Rechtskundige en boekhoudkundige dienstverlening; activiteiten van hoofdkantoren; adviesbureaus op het gebied van bedrijfsbeheer” (+6.684 personen) op. Meer in detail bekeken, blijkt deze stijging voornamelijk te wijten aan de adviesbureaus op het gebied van bedrijfsbeheer.

Ook de bouwnijverheid (+3.048 personen) en in mindere mate de “Beveiligings- en opsporingsdiensten; diensten in verband met gebouwen; landschapsverzorging; administratieve en ondersteunende activiteiten ten behoeve van kantoren en overige zakelijke activiteiten” (+626 personen) en de “Menselijke gezondheidszorg” (+595 personen) en leveren een duidelijke positieve bijdrage aan de groei. Hoewel de algemene tendens voor de beschouwde periode duidelijk positief is, tekenen een aantal bedrijfstakken een negatieve evolutie op voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Vooral de daling in de “Detailhandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen” (-643 personen) en in het “Verschaffen van accommodatie en maaltijden” (-353 personen) vallen hier op.


Hoe kan deze groei verklaard worden?

De zelfstandigen in de bedrijfstak “Adviesbureaus op het gebied van bedrijfsbeheer” zijn in feite voornamelijk bestuurders van vennootschappen. Ze worden beschouwd als zelfstandigen die diensten verlenen aan de bedrijven waarvan ze bestuurder zijn. Het gaat om personen die zetelen in de bestuursraad van een onderneming zonder als werknemer bij deze onderneming geregistreerd te zijn en dit doen als hoofdactiviteit of hierin actief blijven na hun pensioen.

De toename in de bouwsector kan verklaard worden door de instroom van onderdanen van nieuwe Europese lidstaten, in het bijzonder Bulgaren en Roemenen, die omwille van de wettelijke beperking aangaande vrij verkeer van werknemers, voor het zelfstandigenstatuut kozen. Op 1 januari 2014 werden deze restricties opgeheven. Uit de cijfers van het RSVZ[2], die als bron dienen voor de Regionale Rekeningen, valt op te maken dat het aantal zelfstandige Bulgaren na deze datum daalde, maar dat het aantal zelfstandige Roemenen toch bleef aangroeien.
 

Methodologie

Deze cijfers over de zelfstandigen zijn afkomstig uit de Regionale Rekeningen die opgesteld worden door het Instituut voor de Nationale Rekeningen. De Regionale Rekeningen worden opgesteld volgens de definities van het Europees Systeem van nationale en regionale rekeningen (ESR).

Een zelfstandige wordt in het ESR gedefinieerd als "een persoon die als eigenaar of mede-eigenaar werkzaam is in een onderneming zonder rechtspersoonlijkheid die niet als quasi-vennootschap wordt beschouwd. Het betreft hier met andere woorden ook de niet-betaalde meewerkende gezinsleden, de thuiswerkers van wie het inkomen afhangt van de waarde van de output van het productieproces waarvoor zij verantwoordelijk zijn en de werkenden die enkel voor eigen consumptie of eigen investeringen produceren." (ESR 2010, § 11.15 en 11.16).

 

 Meer weten?

Wenst u de cijfers over het aantal zelfstandigen van de regionale rekeningen in detail te bekijken? Dan kan u terecht op onze website onder het thema “Arbeidsmarkt” bij de tabellen over de “Binnenlandse werkgelegenheid”.


[1] Het procentpunt is de eenheid van het absolute verschil tussen twee in procenten uitgedrukte cijfers. Tussen een groeicijfer van 2,7 % voor het ene en 3,3 % voor het andere jaar is het verschil dan 0,6 procentpunten.

[2] Het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen.