U bent hier: Home / Publicaties / Titels / In de kijker / April 2018 - Welk aandeel van de Brusselaars ontvangt een leefloon?

April 2018 - Welk aandeel van de Brusselaars ontvangt een leefloon?

Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA) - In de kijker - Aandeel begunstigden van een leefloon in de bevolkingsgroep van 18- tot 64-jarigen.

Aandeel begunstigden van een leefloon in de bevolkingsgroep van 18- tot 64-jarigen (2006-2016)
 

Bron: POD Maatschappelijke Integratie, Statbel (RR), berekeningen BISA
 

Het leefloon?

Het leefloon (LL) is een inkomen dat de OCMW’s toekennen aan personen die aan bepaalde voorwaarden voldoen, opdat zij een menswaardig bestaan zouden kunnen leiden. Om recht te hebben op een leefloon dient men aan de volgende voorwaarden te voldoen:

  • de Belgische nationaliteit bezitten (of als vreemdeling ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, een erkend vluchteling zijn, een staatloze zijn of verkeren in een toestand van gezinshereniging met een Belg of een Europeaan;
  • zijn verblijfplaats in België hebben;
  • meerderjarig zijn of gelijkgesteld zijn met een meerderjarige;
  • niet over voldoende inkomsten beschikken en niet in staat zijn om met eigen middelen voldoende inkomsten te verwerven;
  • bereid zijn om te werken;
  • zijn rechten op sociale zekerheid en een onderhoudsuitkering hebben uitgeput.


Eén Brusselaar op 15 kreeg in 2016 een leefloon

In 2016 kregen 49 993 inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ten minste eenmaal tijdens het jaar een leefloon (LL) van een OCMW. Dit vertegenwoordigt 6,6 % van de bevolking van 18- tot 64-jarigen[1] die in het Brussels gewest wonen of ongeveer één persoon op vijftien. Dit is een duidelijk hoger aandeel dan in de andere gewesten van het land. In Wallonië vertegenwoordigen de 89 092 geregistreerde begunstigden 4 % van de bevolking van 18- tot 64-jarigen, terwijl ze in Vlaanderen met 54 566 waren of 1,4 % van de bevolking in deze leeftijdsklasse.

Onder deze begunstigden zijn er zowel personen die het hele jaar lang een leefloon hebben gekregen als personen die het niet op regelmatige basis, gedurende een of meerdere maanden, hebben gekregen. Deze indicator meet dus het deel van de bevolking van 18- tot 64-jarigen die, in de loop van een jaar, in een occasionele of verlengde toestand van financiële onzekerheid verkeerden en elders onvoldoende middelen konden verwerven (via een beroepsactiviteit of een inkomen van de sociale zekerheid zoals een werkloosheidsuitkering).


Van één Brusselaar op 20 in 2006 tot één op 15 in 2016

Over een periode van 10 jaar is het aandeel begunstigden van een leefloon in de bevolkingsgroep van 18- tot 64-jarigen sterk gestegen in het Brussels gewest: van 4,7 % in 2006 tot 6,6 % in 2016. In dezelfde periode is hun aandeel ook sterk gegroeid in het Waals Gewest, van 2,5 % tot 4 %, en op meer gematigde wijze in het Vlaams Gewest, van 1 % tot 1,4 %.

Verschillende - structurele of conjuncturele - factoren bieden een verklaring voor de stijgingen die sinds 10 jaar worden waargenomen:

  • de verslechtering van de sociaaleconomische situatie in België, als gevolg van de internationale financiële en economische crisis die in 2008 is begonnen;
  • de uitsluitingen van de werkloosheid van personen die niet kunnen aantonen dat ze voldoende inspanningen hebben geleverd om werk te vinden;
  • de wijzigingen in de wetgeving inzake werkloosheidsuitkeringen:
    • de beperking in de tijd van de inschakelingsuitkeringen, waarvan de eerste gevolgen in januari 2015 merkbaar werden;
    • de verlenging van de beroepsinschakelingstijd voor nieuwe werkzoekenden, ingevoerd op 1 januari 2012;
    • de grotere degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen, van kracht sinds november 2012;
    • de verstrenging van de voorwaarden voor toegang tot de inschakelingsuitkeringen sinds januari 2015.
       
  • de toename, sinds 2015, van het aantal erkende vluchtelingen als gevolg van de migratiecrisis: in het Brussels gewest is het gemiddeld aantal vluchtelingen met een leefloon gestegen van 1 370 in 2006 tot 3 350 in 2016;
  • de overgang, in december 2016, van het systeem van de sociale bijstand naar dat van de maatschappelijke integratie van ca. 1 000 personen die subsidiaire bescherming genieten in het Brussels gewest.


Deze elementen volstaan echter niet om de toename van het aantal begunstigden van een leefloon volledig te verklaren. Blijkbaar moet er daarnaast rekening worden gehouden met een algemener fenomeen van grotere bestaansonzekerheid. Enerzijds zijn bepaalde categorieën van de bevolking steeds meer blootgesteld aan een armoederisico: eenoudergezinnen, laaggeschoolden, deeltijdse werknemers … Anderzijds behoort een steeds groter aandeel van de bevolking toot één van deze categorieën. Dit is meer bepaald het geval voor eenoudergezinnen en deeltijdse werknemers.


Verschillende situaties van de ene tot de andere gemeente

Op gewestelijk niveau verhullen de Brusselse cijfers een belangrijk verschil op gemeentelijk niveau. Terwijl in de gemeenten Oudergem, Ganshoren, Ukkel en Sint-Pieters-Woluwe minder dan één inwoner op 30 ten minste eenmaal een leefloon heeft ontvangen in 2016, is dit aandeel gelijk aan één inwoner op 9 voor Sint-Joost-ten-Node en één inwoner op 8 voor Sint-Jans-Molenbeek.

Van 2006 tot 2016 is het aandeel inwoners die een leefloon ontvangen het sterkst gestegen in Vorst, namelijk van 3,5 % tot 7,6 %. Omgekeerd is dit aandeel vrij stabiel gebleven in Sint-Gillis en in Sint-Joost-ten-Node, i.e. respectievelijk rond 7 % voor de eerste en 10 % voor de tweede gemeente. Overigens is dit aandeel in geen enkele van de negentien Brusselse gemeenten gedaald.
 

Methodologie

De statistieken betreffende de begunstigden van het leefloon worden opgesteld door de POD Maatschappelijke Integratie op basis van informatie die alle OCMW’s van het hele land verstrekken. Voor elke maand wordt een aantal begunstigden bepaald. Voor de jaarlijkse statistieken zijn twee benaderingen mogelijk:

  • een jaarlijks gemiddelde berekenen op basis van de cijfers voor de twaalf maanden. Deze benadering krijgt gewoonlijk de voorkeur om het aantal personen dat regelmatig een leefloon ontvangt te ramen;
  • het totaal aantal individuele begunstigden tellen in de loop van een jaar. Elke persoon die ten minste voor één maand van het jaar een leefloon heeft ontvangen, wordt meegeteld als een begunstigde. Een persoon die in meerdere maanden een leefloon heeft ontvangen, wordt slechts eenmaal geteld. Deze benadering, die wordt voorgesteld in deze In de kijker, laat dan weer toe een raming te maken van het aantal personen dat niet anders kan dan, nu en dan of regelmatig, dit inkomen te vragen aan het OCMW.


U vindt meer informatie over de begunstigden van een leefloon op de themapagina “Bestaansonzekerheid en Sociale bijstand” op de website van het BISA.


Bibliografie

POD Maatschappelijke integratie, 2017. Bulletin, nr. 19 – Oktober 2017.

POD Maatschappelijke integratie, 2017. Erkende vluchtelingen en subsidiair beschermden die OCMW-steun genieten. Focus, nr. 18 – Juni 2017.


[1] Dit aandeel wordt zeer lichtjes overschat, daar een beperkt aantal begunstigden van het leefloon jonger is dan 18 of ouder dan 65; de betrokkenen vertegenwoordigen in 2016 ca. 3 % van het totale aantal begunstigden in het Brussels gewest. Het gaat om alleenstaande jongeren die geen familiale steun meer krijgen of om ouderen die wachten op een overgang naar het systeem van de inkomensgarantie voor ouderen (IGO).